Logo Molenvereniging van het Pajottenland

Inhoud

 

Laatste aanpassing
30 Oktober, 2011

Spreekbeurten tijdens de
Algemene ledenvergadering
van 25 februari 2011

spreker: Edgard Vandroogenbroeck

Edgard is bestuurslid van onze Molenvereniging. Hij is ook secretaris van de Bodegemse Kulturele Werkgemeenschap en bovendien molenaar op de Tissenhovemolen te Mater.
Edgard zelf is via molenpioniers zoals Pol Verschelden en Jan Bauwens in het “vak” van vrijwillig molenaar terecht gekomen. In 1989 volgde hij in Leuven een opleiding tot vrijwillig molenaar. Na het theoretisch examen en 100 uren stage kon hij als windmolenaar aan de slag in Mater op de Tissenhovemolen.

De molens van St-Martens-Bodegem
Edgard steekt van wal met een foto van een staakwindmolen die tot 1928 in de Kameelstraat in St-Martens-Bodegem stond. “Kameelstraat” komt van “Kemelsgatstraat”, dat op zijn beurt een afstammeling is van het middeleeuwse woord “Hemelsgate” of hemelpoort.

In Bodegem was er tot 1964 ook een watermolen actief.

Molens uit de legende
Edgard loodst ons met zijn dia's verder mee naar het Spaanse Castilla-La Mancha, waar de legendarische ridder Don Quichote slag leverde tegen windmolens. Er staan nu nog steeds 12 witte stenen torenmolens van de 13 die er ooit gebouwd werden -niet toevallig is Castilla-La Mancha een belangrijke graanstreek-. Deze bovenkruiers bevatten 3 zolders: een opslagruimte op het gelijkvloers, de meelzolder op de eerste verdieping(“camareta” is Spaans voor meelzolder) en de steenzolder uiteraard bovenin. De spreker herinnert eraan dat Vlaanderen in de 16de eeuw tot de Spaanse Nederlanden behoorde en dat het Vlamingen waren die in die tijd de Nederlanders in Spanje windmolens hielpen bouwen.

De Tissenhovemolen
Het volgende thema betreft de Tissenhovemolen zelf. Deze molen werd in 1976 gerestaureerd. De wieken zouden 30 jaar meegaan: in 2006 kwam er een nieuwe restauratie.
De molen die op dezelfde plaats aan de huidige Tissenhovemolen voorafging, dateert van het jaar 1218 en zou daarmee de oudste windmolen geweest zijn uit het huidige Vlaanderen. De oudste windmolen uit het toenmalige Vlaanderen is die van Wormhout (Frans-Vlaanderen), uit 1183.

De molen in de kunst
De mystieke molen van Vézelay
Een dia verwijst naar een beeldhouwwerk in het kapiteel van het hoofdportaal van de abdijkerk Sainte-Madeleine van het Franse Vézelay. Hierop staat Mozes afgebeeld terwijl hij koren in de kaar van de molen schudt (opgiet), terwijl de apostel Paulus het meel opvangt. Het koren is een symbool voor het oude testamenten en het meel voor het nieuwe testament. Het rad vormt een kruis en verwijst naar de dood van Christus. Het koren verandert dus in meel via de kruisdood van Christus.

Andere kunstwerken met molens

Gezegden en verhalen over de meelschep/meelschup/muldersschup
Aan dit -eenvoudige maar essentiële- molengereedschap werden in de loop der eeuwen diverse verhalen en gezegden vastgeknoopt, zoals “het scheploon” van de molenaar. Dit loon in natura kwam overeen met 1/16 van het meel afkomstig van de hoeveelheid graan die de molenaar moest malen. Zelfbediening was toen ook al gekend en de molenaar schepte die hoeveelheid zelf uit de meelzak van de klant.
De molenaar was echter ook berucht om méér te scheppen dan het scheploon dat hem toekwam. Vandaar het verhaal over de spiegel in de molen. De molenaar moest regelmatig in die spiegel kijken; wanneer hij vaststelde dat er een blos van schaamte op zijn wangen kwam, was het moment gekomen om met scheppen te stoppen!!
Toen de molenaar door de pastoor terecht gewezen werd om zijn zondig gedrag en de pastoor hem ertoe aanzette om zijn schep kleiner te maken, verkleinde de molenaar enkel het handvat!
Door die minder goede gewoonte van de molenaars is ook het gezegde ontstaan “in iemand zijn zakken zitten”.

De molenaars en het andere geslacht
Vandaag de dag is, één gekende uitzondering niet te na gesproken, geen enkel beroep nog voorbehouden aan mannen of aan vrouwen.
Tijdens de middeleeuwen en nog lang daarna was het beroep van molenaar een typisch beroep dat alleen weggelegd was voor mannen. En ook op dat terrein maakte “de molenaar” het(te)bont. De molenaars werden dan ook niet alleen gedoodverfd als dieven; in hun gedrag ten aanzien van de vrouwen toonden ze zich pas echt als een gevaar voor de maatschappij!
Ook dat leverde alweer diverse beeldrijke gezegden of uitdrukkingen op, waarvan sommige wellicht in onbruik raakten, althans wat de taal betreft. Het werkwoord “malen” bijvoorbeeld, had ook een betekenis van “gaan vrijen”.
Edgard citeert bijvoorbeeld uit het boek “Zingende zeilen”, de 99 molenliederen gepubliceerd door Jan Delcour, uit het lied “De molenaar” (blz. 144), volgende strofe:
“De molenaar is aan 't werk gegaan
Ja ze heeft het zelf gewild
Want op een paar zakken geurend meel
Heeft hij haar toen gebild”

Onderaan het lied staat volgend commentaar: “Billen is in de molenwereld een term voor het hakken van groeven in het maalvlak van de molensteen, de steen scherpen. Dat gebeurde met een bilhamer. Hier heeft het een erotische betekenis”.
Een ander “sprekend” lied heeft eveneens “De molenaar” als titel en gaat over een meisje dat de molenaar uitnodigt om haar te “malen” (blz. 147).

Tot slot...
Edgard sluit zijn zeer boeiende spreekbeurt af met de geschiedenis van (de echte) St-Victor, patroonheilige van de molenaars, met een voorbeeld uit zijn verzameling doodsprentjes, waaronder prentjes van overleden molenaars.

(Terug naar boven)

--------------

“De Luizenmolen van Anderlecht:
hoe reilt en zeilt deze windmolen?”

spreker: Robert Diederich, vzw Luizenmolen Anderlecht

Robert is ondervoorzitter van de vzw Luizenmolen. Zijn zoon Eric, penningmeester van dezelfde vzw en momenteel de enige molenaar op de windmolen, woont eveneens onze vergadering bij.

De Luizenmolen

De geschiedenis van de huidige effectieve Luizenmolen begint officieel op 29 mei 1999, dag van de feestelijke inhuldiging van de molen. Molenpioniers zoals Jan Delcour en Aimé Smeyers hadden, naast de verschillende leden van de raad van bestuur van de vzw Luizenmolen-Anderlecht, in de jaren 1990 hun schouders onder het project gezet en mochten fier zijn op hun realisatie. Het doel, de heroprichting van de in 1955 afgebroken oude Luizenmolen, was bereikt. Maar meteen stelde zich de vraag: wat doen we nu met deze molen en hoe pakken we dat aan?

Feest op de Luizenmolen

De ambiance van het openingsfeest was meteen een inspiratiebron voor de eerste grote doelstelling van de vzw:

  1. “folklore en toerisme”

    De Anderlechtse burgemeester, één der sprekers op het startfeest, vatte samen met onder meer Eric Tomas, toenmalig voorzitter van vzw de Luizenmolen en toen minister van het Brussels Parlement, het plan op om in de toekomst elk jaar in de maand juni een heel weekend lang de “Luizenmolenfeesten” te houden. Die feesten worden onder meer opgeluisterd door typische Anderlechtse folkloregroepen zoals de Reuzen van Anderlecht en de Gezellen van de Heilige Processie van Onze-LieveVrouw van Gratie en van St. Guido. Zij maken deel uit van de verschillende groepen die de Luizenmolenfeesten opluisteren met dans, muziek en animatie. Daarnaast is er verkoop van eten en drinken en van artisanale voorwerpen. En last but not least zijn er het hele weekend doorlopend molen- en/of maaldemonstraties, waarvoor overigens onze molenvereniging ook haar bijdrage levert.
  2. Naast gekende Anderlechtse monumenten zoals het Erasmushuis, het Begijnhof en het Museum van het Verzet, is nu ook de Luizenmolen een symbool geworden, meer bepaald voor het landelijk gebleven deel van deze Brusselse gemeente. De molenfeesten zijn een deel geworden van het Anderlechtse sociale en culturele leven.

    Dit jaar hebben de Anderlechtse Luizenmolenfeesten plaats tijdens het weekend van 18-19 juni 2011, telkens van 10 tot 18 uur. Het gebeuren heeft uiteraard plaats op het molendomein in de Vlinderstraat (achter het gekende dierenasiel Veeweyde).

    De tweede grote doelstelling van de Luizenmolen is:

  3. didactisch en pedagogisch.

  4. “Didactisch en pedagogisch”, dit betekent concreet: gericht op schoolbezoeken, in dit geval bezoeken van scholen uit Anderlecht en daarbuiten. De eerste jaren werden die bezoeken gegidst door ene Jean Stubbe, schooldirecteur op rust. Nu is het Clémy Olbregts die de klassen ontvangt. Clémy, bestuurslid van de vzw, is gepensioneerd lerares Grieks-Latijn. Ze leidt de leerlingen rond in de molen en ze ontvangt hen ook in het “museum”: een tuinhuis dat door de vzw in 2004 werd gebouwd. Het museum is voorzien van heel wat beeldmateriaal over molens en bevat de nodige accommodatie om uiteenzettingen te geven voor groepen. Voor de nabije toekomst is een uitbreiding van het museum voorzien, met plaats voor een graanreiniger of wanmolen en voor een miniatuur-windmolen.

    Doelstelling nummer drie:

  5. de Luizenmolen is een levende molen!

  6. De vzw Luizenmolen wou in geen geval dat haar molen hetzelfde trieste lot zou beschoren worden als de -nu verlaten en vervallen- windmolen van St-Lambrechts-Woluwe. De molen zou dus regelmatig moeten draaien en malen. Maar om te malen was er natuurlijk -onder meer- graan nodig, en dat werd de eerste jaren opgehaald in de industriële molens Vandenschrieck in Herfelingen. Omdat er geen precieze bestemming voor het meel gevonden werd ging dit terug naar de molen, opnieuw in de kringloop. In gevolge de strengere wetgeving in verband met de voedselveiligheid was die werkwijze na verloop van tijd niet meer mogelijk. Tegenwoordig wordt het graan opgehaald bij een landbouwer in St-Gertrudis-Pede, en wordt het meel daarna als veevoeder op dat landbouwbedrijf gebruikt.

    Eric Diederich is nu de enige molenaar. Tot enkele jaren geleden was Jan Delcour, trouwens ook leermeester van Eric Diederich, nog actief als molenaar op de Luizenmolen alsook Bruno Steinrück, die een molenaarsopleiding gevolgd had in “Le Cat Sauvage” te Ellezelles. Verder is de Luizenmolen een stageplaats voor molenaars in opleiding, zoals nu Willy Stas uit Anderlecht.

    Het dagelijkse onderhoud, voornamelijk van het molenterrein, wordt momenteel verzorgd door Mohamed El Harchi, een vaste arbeidskracht die, dankzij de subsidie van Actiris (Brussels Gewest) als “geco” kon worden aangeworven. Ook die man wil een molenaarsopleiding volgen, zodat de Luizenmolen misschien binnen afzienbare tijd bediend zal kunnen worden door een heus team van molenaars.

Van “onderhoud” gesproken: in 2006 deden zich al diverse technische problemen voor met de Luizenmolen. De molen was schuin verzakt en bij het kruien sleepte de trap tegen de grond. Herstelwerken waren noodzakelijk; om deze te kunnen betalen werd de molen als monument geklasseerd, waardoor het Brussels Gewest en de Gemeente Anderlecht het herstel mee financierden.

De Luizenmolen is elke tweede en vierde zondag van de maand, van 14 tot 17 uur, open voor het publiek.

Naast de vermelde toeristische, didactische en publieksactiviteiten, moet ook de aanwezigheid op het internet vermeld worden. De website www.come.to/Luizenmolen werd jaren geleden gecreëerd door Aimé Smeyers. En molenaar Eric Diederich kan je bezoeken op zijn blogspot: Luizenmolen.blogspot.com

Er bruist nog veel meer op de Luizenmolen...

De Luizenmolen speelt ook een rol in het sociale leven als decor voor fotoreportages van huwelijken, als “place to be” voor verjaardagsfeestjes, als cultureel centrum voor een sprookjesverteller, als gezellige ontmoetingsplaats om een glühwein te komen drinken, ergens tussen 11 november en Kerstmis...

En intussen staat alweer een nieuw initiatief in de steigers: op de Vlaamse Molendag, die dit jaar samenvalt met Pasen, zal het op de Luizenmolen misschien paaseieren rapen geblazen zijn.

Mevrouw Fabienne Miroir, voorzitter van de vzw Luizenmolen, zal zeker haar best doen om de klokken een gulle vracht te laten uitwaaien op het gras van het molendomein!

(Tot zover de voordrachten van de beide heren)

(Terug naar boven)

(Terug naar de lijst "Activiteiten")